Loonheffing
Loonheffing is een centraal onderdeel van het Nederlandse belastingstelsel en is de voorlopige belasting die direct wordt ingehouden op het loon van werknemers. De werkgever verzorgt de inhouding en draagt de belasting af aan de Belastingdienst namens de werknemers, en geeft dit door in de loonaangifte. Dit onderscheidt zich van de situatie voor zelfstandigen, die hun eigen voorlopige inkomstenbelasting zelf afdragen. De belasting op arbeidsinkomen is progressief – wie meer verdient, betaalt een hoger percentage – en financiert onder meer de zorg, het onderwijs en de sociale voorzieningen in Nederland.
Loonheffing
Wie loon of een andere vergoeding voor werk in Nederland ontvangt, betaalt normaal gesproken loonheffing. De loonheffing wordt ingehouden op het inkomen dat wordt uitbetaald, en de werkgever of de instantie die de vergoeding uitbetaalt is verantwoordelijk voor het inhouden en afdragen van de belasting. Inkomsten waarop loonheffing wordt ingehouden zijn bijvoorbeeld:
- Loon
- Ziektewetuitkering en zwangerschaps- of ouderschapsuitkering
- Pensioen
- WW-uitkering (werkloosheidsuitkering)
- Andere belastbare uitkeringen van het UWV of de SVB
- Vergoedingen voor opdrachten zonder ondernemerschap voor de inkomstenbelasting
Hoeveel loonheffing je betaalt, hangt af van je inkomen
Hoeveel er aan belasting wordt ingehouden, wordt bepaald door de belastingschijven van de Belastingdienst en door de hoogte van je inkomen. Hoe meer je verdient, hoe hoger de belasting. Boven een bepaald inkomen val je in een hogere schijf en geldt over het meerdere een hoger tarief.
Heffingskortingen en aftrekposten – wat de belasting verlaagt
Je betaalt geen belasting over je hele inkomen. Iedereen die in Nederland woont, heeft recht op de algemene heffingskorting, die automatisch op basis van het inkomen wordt berekend, en wie werkt krijgt daarnaast de arbeidskorting. Beide zijn al verwerkt in de loonheffing die je werkgever inhoudt. Andere aftrekposten, zoals reisaftrek, moet je zelf opvoeren in je aangifte inkomstenbelasting. Het loont dus de moeite om bij te houden op welke aftrekposten je recht hebt.
Andere veelvoorkomende aftrekposten
Naast de algemene heffingskorting zijn er meerdere aftrekposten en heffingskortingen die bepalen hoeveel belasting je uiteindelijk betaalt. Hieronder staan enkele van de meest voorkomende – maar er zijn er meer.
- Reisaftrek
Heb je een lange reisafstand van en naar je werk, dan kan een deel van je reiskosten fiscaal worden verrekend, bijvoorbeeld voor de auto of het openbaar vervoer. Meestal loopt dat via een onbelaste reiskostenvergoeding van je werkgever; reis je met het openbaar vervoer en betaal je dat zelf, dan kun je onder voorwaarden reisaftrek krijgen. De aftrek wordt niet contant uitbetaald, maar verlaagt de belasting die in je definitieve aanslag wordt berekend. De Belastingdienst geeft ieder jaar aan welke bedragen en voorwaarden gelden.
- Arbeidskorting
De arbeidskorting bestaat om werken lonender te maken. Het is een heffingskorting op arbeidsinkomen die automatisch wordt verwerkt in de loonheffing, zodat je er zelf niets voor hoeft te doen. Hoe hoog de korting is, hangt af van je inkomen en je leeftijd.
- Hypotheekrenteaftrek
Veel mensen hebben op enig moment een lening, bijvoorbeeld een hypotheek, een autolening of een persoonlijke lening. In Nederland is alleen de rente op een hypotheek voor de eigen, zelfbewoonde woning aftrekbaar, tegen een aftrektarief dat de Belastingdienst jaarlijks vaststelt. De bank geeft de betaalde hypotheekrente door aan de Belastingdienst, zodat die normaal gesproken al is ingevuld in je aangifte.
Rente op leningen komt bijvoorbeeld voor bij:
- een hypotheek voor de eigen woning (rente aftrekbaar)
- een banklening of persoonlijke lening (niet aftrekbaar)
- een autolening (niet aftrekbaar)
- een doorlopend krediet (niet aftrekbaar)
- een studielening bij DUO (niet aftrekbaar).
Aftrek van btw:
Als je een btw-plichtig bedrijf hebt, mag je de btw aftrekken die je betaalt over goederen en diensten die je voor je onderneming inkoopt (de voorbelasting).